Posts tonen met het label personages. Alle posts tonen
Posts tonen met het label personages. Alle posts tonen

donderdag 1 oktober 2020

T304 - Dolly, Maarten Biesheuvel



Dolly - Maarten Biesheuvel


A

1. Stel zoveel mogelijk vragen bij het verhaal… als het maar échte vragen zijn. Maak gebruik van vraagwoorden: wie, wat, waar, wanneer, waarom, waardoor, hoe, enz. 

2. Welke hamvraag en welke mogelijke antwoorden kun je bedenken? (Elk antwoord kan, áls het maar goed beargumenteerd wordt.)


B

Kleur voorbeelden bij de volgende literaire begrippen in het verhaal: 

- personages

- vertelperspectief


C

Een verhaal gaat altijd over personages en hun relaties. 

1. Wat vindt het jongetje van de stratenmaker? 

2. Wat wil hij van hem? 

3. Waarom zwijgt het jongetje dus over het hondje? 


D

Als je om een situatie moet lachen, zeggen we dat ze humoristisch is. Een bijzondere vorm van humor is zwarte humor. Bij zwarte humor (cynisme) draait het om gevoelige thema's, zoals moord, ziekte, racisme. 

1. Waaraan zie je dat het verhaal Dolly trekken heeft van zwarte humor?

maandag 21 september 2020

T304 - Een bord met spaghetti, Adriaan van Dis

 Een bord met spaghetti - Adriaan van Dis








(Vertel)perspectief en personages



Opdracht: (Vertel)perspectief en personages in "Een bord met spaghetti".

A Wat is het perspectief in ‘Een bord met spaghetti’? Noem 3 voorbeelden uit de tekst. B Kies één van de andere personen uit het verhaal. Herschrijf een stukje van dit verhaal vanuit zijn of haar perspectief (ik-verteller of personale verteller) Let op: Hoe is die persoon? Wat ziet hij/zij? Wat denkt hij/zij (daarover)? & Inclusief commentaar van de auteur, of juist niet? Let op interpunctie en spelling :)