Dolly - Maarten Biesheuvel
A
1. Stel zoveel mogelijk vragen bij het verhaal… als het maar échte vragen zijn. Maak gebruik van vraagwoorden: wie, wat, waar, wanneer, waarom, waardoor, hoe, enz.
2. Welke hamvraag en welke mogelijke antwoorden kun je bedenken? (Elk antwoord kan, áls het maar goed beargumenteerd wordt.)
B
Kleur voorbeelden bij de volgende literaire begrippen in het verhaal:
- personages
- vertelperspectief
C
Een verhaal gaat altijd over personages en hun relaties.
1. Wat vindt het jongetje van de stratenmaker?
2. Wat wil hij van hem?
3. Waarom zwijgt het jongetje dus over het hondje?
D
Als je om een situatie moet lachen, zeggen we dat ze humoristisch is. Een bijzondere vorm van humor is zwarte humor. Bij zwarte humor (cynisme) draait het om gevoelige thema's, zoals moord, ziekte, racisme.
1. Waaraan zie je dat het verhaal Dolly trekken heeft van zwarte humor?