donderdag 29 oktober 2020

T304 - Honingeiland, Manon Uphoff


Terugkerende aspecten in een literair verhaal hebben vaak met het thema te maken. Zo’n terugkerend aspect in een verhaal heet een motief. Denk aan toeval, haat of schuld. 

Ook kan een motief een hele zin of een voorwerp zijn, zoals een glas, spiegel of dobbelsteen. Door motieven ontstaat er een patroon in het verhaal.


Motieven

We onderscheiden drie soorten motieven:
1. Abstracte motieven
Dit zijn begrippen als onmacht, liefde, toeval, eenzaamheid, oorlog.

2. Leidmotieven
Deze tastbare objecten hebben een symbolische betekenis; een dobbelsteen (= toeval) kan bijvoorbeeld een leidmotief zijn.

3. Klassieke motieven
Het gaat hier om verhaalelementen die we al in klassieke verhalen tegenkomen. Denk maar aan het oedipusmotief en assepoestermotief.






Honingeiland - Manon Uphoff
1. Wat is het thema?
2. Welke van de drie motieven wordt er gebruikt? Leg uit.

zondag 25 oktober 2020

T304 - Zondagskind, Lévi Weemoedt

 Afbeeldingsresultaat voor geluid


https://drive.google.com/file/d/0B5YkCX9not16M0NleFpGNmNXb2c/view (11 min.)

Bespreek:
1. ruimte
2. tijdsverloop
3. personages
4. vertelperspectief
5. open plekken + hamvraag
6. thema
7. Wat is het verschil tussen het geluidsbestand en de tekst?

zondag 18 oktober 2020

T304 - De scheiding, Kees van Kooten

 





Het 
onderwerp van een verhaal kun je vaak in één woord aangeven, bijvoorbeeld liefde, vriendschap, reizen of oorlog. Als je nauwkeuriger wilt vertellen waar een verhaal over gaat en dus het thema van een verhaal of een boek wilt beschrijven, heb je meer woorden nodig. Hiervoor gebruik je één zin. Deze ene zin is de kortste samenvatting die je van het boek kunt geven. Meestal wordt daarin 
het centrale probleem waar het verhaal over gaat, verteld.

Om het thema te bepalen moet je ontdekken op welke manier de personages, gebeurtenissen en ruimtes met elkaar te maken hebben. Ook uit de afloop van een verhaal kun je soms afleiden wat het thema is. 



De scheiding - Kees van Kooten
1. Maak een hamvraag.
2. Bedenk zelf minimaal 3 mogelijke antwoorden op jouw hamvraag en noteer ze in je schrift.
3. Lees in stilte het verhaal nogmaals. Kleur alles wat van belang is bij: gebeurtenissen + open plekken, personages, ruimte en tijdsverloop.
4. Wat is het thema van dit verhaal?


donderdag 1 oktober 2020

T304 - Dolly, Maarten Biesheuvel



Dolly - Maarten Biesheuvel


A

1. Stel zoveel mogelijk vragen bij het verhaal… als het maar échte vragen zijn. Maak gebruik van vraagwoorden: wie, wat, waar, wanneer, waarom, waardoor, hoe, enz. 

2. Welke hamvraag en welke mogelijke antwoorden kun je bedenken? (Elk antwoord kan, áls het maar goed beargumenteerd wordt.)


B

Kleur voorbeelden bij de volgende literaire begrippen in het verhaal: 

- personages

- vertelperspectief


C

Een verhaal gaat altijd over personages en hun relaties. 

1. Wat vindt het jongetje van de stratenmaker? 

2. Wat wil hij van hem? 

3. Waarom zwijgt het jongetje dus over het hondje? 


D

Als je om een situatie moet lachen, zeggen we dat ze humoristisch is. Een bijzondere vorm van humor is zwarte humor. Bij zwarte humor (cynisme) draait het om gevoelige thema's, zoals moord, ziekte, racisme. 

1. Waaraan zie je dat het verhaal Dolly trekken heeft van zwarte humor?

donderdag 24 september 2020

Brief aan jezelf

 Schrijf een brief aan jezelf



Schrijf een brief  jezelf die je op de laatste dag van het schooljaar weer leest. Schrijf op wanneer jij op de laatste dag je jaar in H3b geslaagd zou vinden! 

Bedenk wat je het komende jaar wilt leren, beleven, doen, lezen, beluisteren, behalen etc. en vraag dan in juli 2021 aan jezelf of dit gelukt is. 


Jullie vouwen de brief in een envelop, plakken ‘m dicht en stoppen ‘m in een doos. 



Over een klein jaar wordt de doos geopend en dan krijgt iedereen zijn eigen brief terug. Hoe hebben je plannen uitgepakt?





Beste ik, …

  • Omschrijf hoe het nu gaat. Wat gaat goed? Wat loopt minder?
    Hoe gaat het thuis? Welke mensen zijn belangrijk voor je?

  • Welke doelen stel je jezelf nu? Wanneer wil je deze doelen behaald hebben?

  • Bedenk wat je het komende jaar wilt leren, beleven, doen, lezen, beluisteren, behalen..

  • Welke tips zou je jezelf geven? Wat hoop je in de toekomst anders te zien?

  • Welke wensen heb je voor de toekomst?

maandag 21 september 2020

T304 - Een bord met spaghetti, Adriaan van Dis

 Een bord met spaghetti - Adriaan van Dis








(Vertel)perspectief en personages



Opdracht: (Vertel)perspectief en personages in "Een bord met spaghetti".

A Wat is het perspectief in ‘Een bord met spaghetti’? Noem 3 voorbeelden uit de tekst. B Kies één van de andere personen uit het verhaal. Herschrijf een stukje van dit verhaal vanuit zijn of haar perspectief (ik-verteller of personale verteller) Let op: Hoe is die persoon? Wat ziet hij/zij? Wat denkt hij/zij (daarover)? & Inclusief commentaar van de auteur, of juist niet? Let op interpunctie en spelling :)




 




T304 - De hamvraag!

 







In deze lessenreeks lees je verhalen, literaire verhalen.





Literaire verhalen zijn net een beetje anders dan je gewend bent. Soms zijn ze ontroerend, andere keren zijn ze schokkend of werken ze op je lachspieren. Wat ze gemeen hebben, is dat ze je altijd laten nadenken. Over het verhaal, over jezelf, over het leven. Ze roepen vragen op. Veel vragen. 
Om over deze verhalen te kunnen praten, gebruik je literaire begrippen. Sommige ken je, andere ken je waarschijnlijk nog niet. In deze lessenreeks gaan we oefenen met deze literaire begrippen. Uiteindelijk moet je alle verhalen gelezen hebben en je de literaire begrippen eigen hebben gemaakt.






In een literair verhaal is niet meteen alles duidelijk. Een schrijver vertelt zijn verhaal, maar soms is het nog veel belangrijker wat hij of zij niet vertelt. Dit noem je de open plekken van het verhaal. 

Deze open plekken zijn vragen die bij je opkomen tijdens het lezen. Het kan om van alles gaan: een personage dat vreemde dingen doet of anders reageert dan je zou verwachten, een gebeurtenis die raadselachtig is, een sprong in de tijd, een verband tussen gebeurtenissen dat ontbreekt, enzovoorts. 
Open plekken zorgen voor spanning. Je wilt immers verder lezen tot je het antwoord hebt op de vraag. Soms komt dat antwoord verderop, soms aan het einde van een verhaal, soms helemaal niet. 

Een vraag..

.. die volgens jou heel belangrijk is voor het verhaal als geheel;
.. over iets gaat wat je niet loslaat na het lezen, wat je bezig blijft houden (een

zgn. brandende vraag);

.. waarop waarschijnlijk meer dan één antwoord mogelijk is;
.. die uitnodigt tot discussie (er zijn verschillende meningen),

noemen we de hamvraag!