aanhalingsteken, dubbele punt, hoofdletter, komma, leesteken, puntkomma
frans zei tegen frans in het frans is frans in het frans frans nee zei frans tegen frans in het frans frans in het frans is niet frans frans in het frans is françois
Frans zei tegen Frans in het Frans: “Is Frans in het Frans Frans?” “Nee”, zei Frans tegen Frans in het Frans, “Frans in het Frans is niet Frans; Frans in het Frans is François!”
http://www.rijmgein.nl/taalhumor/struikelzinnen.html
Kommakwestie:
Wacht niet schieten!
Wacht, niet schieten!
Wacht niet, schieten!
Ik vroeg hem elke week 10 euro over te maken
Ik vroeg hem, elke week 10 euro over te maken.
Ik vroeg hem elke week, 10 euro over te maken.
Is hij aardig dik en blond?
Is hij aardig, dik en blond?
Is hij aardig dik en blond?
De basis
Gevorderden
Aanhalingstekens
Aanhalingstekens zet je ergens omheen, bijvoorbeeld om een citaat,
bij woorden die extra nadruk nodig hebben of een zelfbedacht woord. Als een hele zin geciteerd wordt, begint het citaat met een hoofdletter en valt de punt, het uitroepteken of het vraagteken binnen de aanhalingstekens.
Punten, uitroeptekens en vraagtekens
| Jan zei: 'Ik wil geen thee.' 'Heb je ook zo'n lieve knuffelbeer?', vraagt Jesse. 'Wat heb je weer "heerlijk" gekookt!', zegt Sophie lachend. |
Soms moet je na een citaat een komma zetten en soms mag je zelf weten of je het wel of niet doet. Alleen wanneer je een citaat hebt, waarvan de zin normaal gesproken zou eindigen op een punt, is het verplicht om een komma achter het citaat te zetten. Deze komma staat daar in plaats van de punt, die eigenlijk aan het einde van de zin van het citaat hoort.
Komma achter citaat
'Iedere maand doe ik wat geld in mijn spaarpot', zegt Esmee.
'Hier ben ik geboren', zegt Peter.
'Mijn lievelingseten is pizza', zegt papa.
|
Als een citaat eindigt op een vraagteken of uitroepteken, dan mag je zelf beslissen of je wel of geen komma achter het citaat zet.
Wel of geen komma achter citaat
| 'Wil je warme chocolademelk?', vroeg oma. 'Wil je warme chocolademelk?' vroeg oma. 'Ik mag logeren!', zei Lynn blij. 'Ik mag logeren!' zei Lynn blij. |
Als je wilt bepalen of de komma binnen of buiten de aanhalingtekens valt, moet je goed kijken of de komma bij het citaat hoort. Als de komma bij het citaat hoort, dan schrijf je de komma binnen de aanhalingstekens. Als de komma niet bij het citaat hoort, dan moet je de komma buiten de aanhalingstekens zetten.
Komma binnen of buiten de aanhalingstekens
'Zeg Iris,' vroeg Gijs, 'denk jij dat het vandaag mooi weer wordt?'
(Het citaat is: 'Zeg Iris, denk jij dat het vandaag mooi weer wordt?')
'Ik denk', zei Lieke, 'dat mijn ouders wel thuis zijn.'
(Het citaat is: 'Ik denk dat mijn ouders wel thuis zijn.')
(Het citaat is: 'Zeg Iris, denk jij dat het vandaag mooi weer wordt?')
'Ik denk', zei Lieke, 'dat mijn ouders wel thuis zijn.'
(Het citaat is: 'Ik denk dat mijn ouders wel thuis zijn.')
Bij gedachten zet je geen aanhalingstekens. Na de dubbele punt komt een kleine letter.
Geen aanhalingstekens bij gedachten
Ik dacht: wat raar dat ik niet naar binnen mag.
Wat raar dat ik niet naar binnen mag, dacht ik.
|
Aanhalingstekens oefenen:
https://www.ieptoets-oefenen.nl/iep-groep-8/taal-taalverzorging/leestekens/aanhalingstekens/in-welke-zin-zijn-de-aanhalingstekens-goed-gebruikt-1





