zondag 8 november 2020

T303 - Interpunctie









Interpunctie
aanhalingsteken, dubbele punt, hoofdletter, komma, leesteken, puntkomma



frans zei tegen frans in het frans is frans in het frans frans nee zei frans tegen frans in het frans frans in het frans is niet frans frans in het frans is françois


Frans zei tegen Frans in het Frans: “Is Frans in het Frans Frans?” “Nee”, zei Frans tegen Frans in het Frans, “Frans in het Frans is niet Frans; Frans in het Frans is François!”

http://www.rijmgein.nl/taalhumor/struikelzinnen.html


Kommakwestie:






Wacht niet schieten!


Wacht, niet schieten!
Wacht niet, schieten!



Ik vroeg hem elke week 10 euro over te maken


Ik vroeg hem, elke week 10 euro over te maken.
Ik vroeg hem elke week, 10 euro over te maken.


Is hij aardig dik en blond?


Is hij aardig, dik en blond? 
Is hij aardig dik en blond?





De basis



Gevorderden



Aanhalingstekens
Aanhalingstekens zet je ergens omheen, bijvoorbeeld om een citaat, 
bij woorden die extra nadruk nodig hebben of een zelfbedacht woord.  





Als een hele zin geciteerd wordt, begint het citaat met een hoofdletter en valt de punt, het uitroepteken of het vraagteken binnen de aanhalingstekens.


Punten, uitroeptekens en vraagtekens
Jan zei: 'Ik wil geen thee.'
'
Heb je ook zo'n lieve knuffelbeer?', vraagt Jesse.
'Wat heb je weer "heerlijk" gekookt!', zegt Sophie lachend.
interpunctie, aanhalingstekens

Soms moet je na een citaat een komma zetten en soms mag je zelf weten of je het wel of niet doet. Alleen wanneer je een citaat hebt, waarvan de zin normaal gesproken zou eindigen op een punt, is het verplicht om een komma achter het citaat te zetten. Deze komma staat daar in plaats van de punt, die eigenlijk aan het einde van de zin van het citaat hoort.
Komma achter citaat
Gebruik aanhalingstekens, interpunctie
'Iedere maand doe ik wat geld in mijn spaarpot', zegt Esmee.
'Hier ben ik geboren'zegt Peter.
'Mijn lievelingseten is pizza', zegt papa.

Als een citaat eindigt op een vraagteken of uitroepteken, dan mag je zelf beslissen of je wel of geen komma achter het citaat zet.
Wel of geen komma achter citaat
'Wil je warme chocolademelk?', vroeg oma.
'Wil je warme chocolademelk?' vroeg oma.

'Ik mag logeren!', zei Lynn blij.
'Ik mag logeren!' zei Lynn blij.
komma achter citaat, interpunctie

Als je wilt bepalen of de komma binnen of buiten de aanhalingtekens valt, moet je goed kijken of de komma bij het citaat hoort. Als de komma bij het citaat hoort, dan schrijf je de komma binnen de aanhalingstekens. Als de komma niet bij het citaat hoort, dan moet je de komma buiten de aanhalingstekens zetten.
Komma binnen of buiten de aanhalingstekens
'Zeg Iris,' vroeg Gijs, 'denk jij dat het vandaag mooi weer wordt?'
(Het citaat is: 'Zeg Iris, denk jij dat het vandaag mooi weer wordt?')

'Ik denk', zei Lieke, 'dat mijn ouders wel thuis zijn.'
(Het citaat is: 'Ik denk dat mijn ouders wel thuis zijn.')

Bij gedachten zet je geen aanhalingstekens. Na de dubbele punt komt een kleine letter.
Geen aanhalingstekens bij gedachten
interpunctie, aanhalingstekens
Ik dacht: wat raar dat ik niet naar binnen mag.
Wat raar dat ik niet naar binnen mag, dacht ik.

Aanhalingstekens oefenen:
https://www.ieptoets-oefenen.nl/iep-groep-8/taal-taalverzorging/leestekens/aanhalingstekens/in-welke-zin-zijn-de-aanhalingstekens-goed-gebruikt-1



T302 - Schrijven a.d.h.v. Literatuur 1

Literaire motieven koppelen aan levensvragen
Afbeeldingsresultaat voor stappen
Stappenplan:
Stap 1: Verhalen lezen: Een bord met spaghetti, Dolly, De scheiding, Zondagskind
Stap 2: Nadenken en bespreken onderwerp/motief
Stap 3: Kiezen voor een filosofische vraag

Lieve Stine, weet jij het?



Stap 5: Brainstorm:
           a. Vertel jouw ervaringen met de filosofische (hoofd-)vraag. 
           b. Vertel jouw ervaringen met het onderwerp/motief.

Stap 6: Artikel schrijven in stappen:
           a. (inleiding)    
            - leid jouw verhaal in; vertel bijvoorbeeld een anekdote, verwijs naar een
actualiteit, ..
            - noem je filosofische (hoofd-)vraag
            - koppel jouw onderwerp/motief aan de filosofische (hoofd-)vraag; wat heeft het onderwerp met jouw filosofische vraag te maken?
            - geef feiteninformatie (beter goed gejat dan slecht bedacht ;) )
          
           b. (middenstuk) Bedenk daarbij drie deelonderwerpen:
           - Deelonderwerp 1 (feiteninformatie met bronvermelding over het onderwerp
+ de filosofische vraag én je eigen ervaring/mening)
           - Deelonderwerp 2 (feiteninformatie met bronvermelding over het onderwerp
+ de filosofische vraag én je eigen ervaring/mening)
           - Deelonderwerp 3 (feiteninformatie met bronvermelding over het onderwerp
+ de filosofische vraag én je eigen ervaring/mening)
                                                  
           c. (slot) Geef een conclusie met een antwoord op de hoofdvraag.
 

Stap 7: Maak een sprankelende titel en 3 kopjes bij je deelonderwerpen.


verhaal
onderwerp/motief
  filosofische vraag
Lieve Stine
Een bord met spaghetti
Vooroordelen
Wat is goed en wat is slecht? 
hoofdstuk 5


Is mijn nationaliteit belangrijk? 
hoofdstuk 9


Wat zegt mijn uiterlijk over wie ik ben?
hoofdstuk 12


Wat zeggen mijn spullen over mij?
hoofdstuk 18
Dolly
Vriendschap
Waarom lieg ik? 
hoofdstuk 3


Wie zijn mijn echte vrienden? 
hoofdstuk 14


Wanneer ben ik mijzelf?
hoofdstuk 19
De scheiding
&
Zondagskind
Verdriet
Wie is de baas over mijn leven? 
hoofdstuk 7



Waarom ben ik bang voor de dood? 
hoofdstuk 13


Mag ik wraak nemen?
hoofdstuk 17


Hoe word ik gelukkig?
hoofdstuk 20






oorzaakgevolg.PNG






donderdag 29 oktober 2020

T304 - Honingeiland, Manon Uphoff


Terugkerende aspecten in een literair verhaal hebben vaak met het thema te maken. Zo’n terugkerend aspect in een verhaal heet een motief. Denk aan toeval, haat of schuld. 

Ook kan een motief een hele zin of een voorwerp zijn, zoals een glas, spiegel of dobbelsteen. Door motieven ontstaat er een patroon in het verhaal.


Motieven

We onderscheiden drie soorten motieven:
1. Abstracte motieven
Dit zijn begrippen als onmacht, liefde, toeval, eenzaamheid, oorlog.

2. Leidmotieven
Deze tastbare objecten hebben een symbolische betekenis; een dobbelsteen (= toeval) kan bijvoorbeeld een leidmotief zijn.

3. Klassieke motieven
Het gaat hier om verhaalelementen die we al in klassieke verhalen tegenkomen. Denk maar aan het oedipusmotief en assepoestermotief.






Honingeiland - Manon Uphoff
1. Wat is het thema?
2. Welke van de drie motieven wordt er gebruikt? Leg uit.

zondag 25 oktober 2020

T304 - Zondagskind, Lévi Weemoedt

 Afbeeldingsresultaat voor geluid


https://drive.google.com/file/d/0B5YkCX9not16M0NleFpGNmNXb2c/view (11 min.)

Bespreek:
1. ruimte
2. tijdsverloop
3. personages
4. vertelperspectief
5. open plekken + hamvraag
6. thema
7. Wat is het verschil tussen het geluidsbestand en de tekst?

zondag 18 oktober 2020

T304 - De scheiding, Kees van Kooten

 





Het 
onderwerp van een verhaal kun je vaak in één woord aangeven, bijvoorbeeld liefde, vriendschap, reizen of oorlog. Als je nauwkeuriger wilt vertellen waar een verhaal over gaat en dus het thema van een verhaal of een boek wilt beschrijven, heb je meer woorden nodig. Hiervoor gebruik je één zin. Deze ene zin is de kortste samenvatting die je van het boek kunt geven. Meestal wordt daarin 
het centrale probleem waar het verhaal over gaat, verteld.

Om het thema te bepalen moet je ontdekken op welke manier de personages, gebeurtenissen en ruimtes met elkaar te maken hebben. Ook uit de afloop van een verhaal kun je soms afleiden wat het thema is. 



De scheiding - Kees van Kooten
1. Maak een hamvraag.
2. Bedenk zelf minimaal 3 mogelijke antwoorden op jouw hamvraag en noteer ze in je schrift.
3. Lees in stilte het verhaal nogmaals. Kleur alles wat van belang is bij: gebeurtenissen + open plekken, personages, ruimte en tijdsverloop.
4. Wat is het thema van dit verhaal?


donderdag 1 oktober 2020

T304 - Dolly, Maarten Biesheuvel



Dolly - Maarten Biesheuvel


A

1. Stel zoveel mogelijk vragen bij het verhaal… als het maar échte vragen zijn. Maak gebruik van vraagwoorden: wie, wat, waar, wanneer, waarom, waardoor, hoe, enz. 

2. Welke hamvraag en welke mogelijke antwoorden kun je bedenken? (Elk antwoord kan, áls het maar goed beargumenteerd wordt.)


B

Kleur voorbeelden bij de volgende literaire begrippen in het verhaal: 

- personages

- vertelperspectief


C

Een verhaal gaat altijd over personages en hun relaties. 

1. Wat vindt het jongetje van de stratenmaker? 

2. Wat wil hij van hem? 

3. Waarom zwijgt het jongetje dus over het hondje? 


D

Als je om een situatie moet lachen, zeggen we dat ze humoristisch is. Een bijzondere vorm van humor is zwarte humor. Bij zwarte humor (cynisme) draait het om gevoelige thema's, zoals moord, ziekte, racisme. 

1. Waaraan zie je dat het verhaal Dolly trekken heeft van zwarte humor?

donderdag 24 september 2020

Brief aan jezelf

 Schrijf een brief aan jezelf



Schrijf een brief  jezelf die je op de laatste dag van het schooljaar weer leest. Schrijf op wanneer jij op de laatste dag je jaar in H3b geslaagd zou vinden! 

Bedenk wat je het komende jaar wilt leren, beleven, doen, lezen, beluisteren, behalen etc. en vraag dan in juli 2021 aan jezelf of dit gelukt is. 


Jullie vouwen de brief in een envelop, plakken ‘m dicht en stoppen ‘m in een doos. 



Over een klein jaar wordt de doos geopend en dan krijgt iedereen zijn eigen brief terug. Hoe hebben je plannen uitgepakt?





Beste ik, …

  • Omschrijf hoe het nu gaat. Wat gaat goed? Wat loopt minder?
    Hoe gaat het thuis? Welke mensen zijn belangrijk voor je?

  • Welke doelen stel je jezelf nu? Wanneer wil je deze doelen behaald hebben?

  • Bedenk wat je het komende jaar wilt leren, beleven, doen, lezen, beluisteren, behalen..

  • Welke tips zou je jezelf geven? Wat hoop je in de toekomst anders te zien?

  • Welke wensen heb je voor de toekomst?