zondag 13 december 2020

T309 - Beeldspraak

 

Beeldspraak

Om iets op een mooie of bijzondere manier te zeggen, maken schrijvers gebruik van beeldspraak. Het woord beeldspraak is een verzamelnaam voor alle vormen van taalgebruik waarbij je niet letterlijk zegt wat je bedoelt maar waarbij je iets omschrijft in figuurlijke woorden.



Even tot hier is een satirisch programma gemaakt door het duo Van der Laan & Woe met muzikale assistentie van Miguel Wiels en zijn band. Iedere aflevering wordt het nieuws op de hak genomen en wordt een quiz gehouden met het publiek, afgewisseld met muzikale parodieën en sketches.



De wasmachine - Hans Hagen



Bij beeldspraak die berust op vergelijking, gebruik je om de werkelijkheid (w) te beschrijven een zelf bedacht beeld (b) omdat ze een overeenkomst (o) hebben. 
Het beeld en de werkelijkheid worden aan elkaar geplakt met een verbindingswoord (v): als, zoals, net als.
Voorbeelden:
- De jongen (w) zag zo wit (o) als (v) een doek (b).
- Lachen als een boer die kiespijn heeft.
- Hij gaat er als een haas vandoor.

Ook koppelwerkwoorden of woorden als "van, lijken", kunnen worden gebruikt als verbindingswoord. Beeld en werkelijkheid worden dan met elkaar gekoppeld:
Voorbeelden:
- Mijn jongste zusje (w) is (v) de laatste jaren steeds het zonnetje in huis (b). 
- Wiskunde blijft een doolhof voor mij.
- Daar loopt een reus van een kerel.

Maar ook zonder verbindingswoord kunnen beeld en werkelijkheid worden verbonden:




De roeiboot, een vergiet, zonk onmiddellijk.



Gerelateerde afbeelding      Afbeeldingsresultaat voor =   Afbeeldingsresultaat voor vergiet



Het onderstaande filmpje zit vol met: metafoor, personificatie en metonymie!
Beeldspeling = Beeldspraak :)





Een metafoor gaat ook uit van een vergelijking maar hier wordt alleen het beeld gegeven, terwijl de werkelijkheid waarnaar verwezen wordt, niet wordt genoemd.
Voorbeelden:
- Na de wedstrijd moest de scheidsrechter de kemphanen uit elkaar trekken. 
  (De werkelijkheid, de ruziënde spelers, wordt hier dus niet vermeld.)
- Hoe heb je ooit met die ezel kunnen samenwerken?


Een bijzondere metafoor is de personificatieEen levenloze zaak wordt dan als levend (menselijk) voorgesteld. Je ziet dat vaak in uitdrukkingen en spreekwoorden

Hoge bomen vangen veel wind. 

Aan de bomen wordt hier een menselijke eigenschap gegeven, namelijk: vangen! Maar bomen hebben geen handen of een vangnetje, personen wel! 
Andere voorbeelden:
Het papier is geduldig.
Het gevaar loerde op elke straathoek
De toekomst lacht ons toe
- Het bankstel zuchtte en steunde toen mijn tante ging zitten.
- De kleine huisjes hurkten in het landschap.


Bij een metonymie noem je een opvallend kenmerk of eigenschap van iets, terwijl er iets anders bedoeld wordt.

Voorbeelden:

Je noemt een deel i.p.v. het geheel
- Voor we vertrekken, moeten we even de neuzen (b) tellen.
- Hé, krullenbol (b), is je moeder thuis?

Je noemt het geheel i.p.v. het deel

- Onze school (b) werd volleybalkampioen.

Je noemt het materiaal i.p.v. het product dat daarvan gemaakt is.

- Het hout (b) in dit orkest speelt beter dan het koper (b).
- Met rubber (b) vrij je veilig.

Je noemt de maker van het product i.p.v. het product zelf.

- Dit museum heeft drie Picasso’s (b) aangekocht.

Je noemt een stuk serviesgoed i.p.v. wat erin zit of erop ligt.

- Mijn opa lust wel ’n glaasje (b).

Je noemt een merknaam i.p.v. het product.

- Mijn Parker (b) schrijft niet goed meer.



Samenvatting:


Soms kun je doorschieten in je beeldspraak. Dan gebruik je bijvoorbeeld beelden die niet kloppen met elkaar. Dat noemen we onzorgvuldige beeldspraak. Dat kan gebeuren als de schrijver overdrijft in zijn tekst. André Hazes sr. en Pierre Kartner (Vader Abraham) hebben daar prachtige voorbeelden van: 



Ik voel me als een kerstboom zonder piek.
(André Hazes sr.)





Een kind zonder moeder is als een vaas zonder bloemen. 
(Pierre Kartner)

 



De Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer blijft complexe materie. Daarom gebruiken politici vaak beeldspraak, zodat het volk beter snapt waar ze het over hebben.



Beeldspraak in de politiek - Zondag met Lubach



vrijdag 11 december 2020

T305 - Samengestelde zinnen begrenzen en benoemen

 




Het redekundig ontleden
van de
samengestelde zin;

strepen zetten en zinsdelen benoemen.


Kenmerken enkelvoudige zin: één onderwerp, twee of meer persoonsvormen









Kenmerken gelijkwaardig samengestelde nevenschikkende zin:
- twee of meerdere hoofdzinnen
- nevenschikkende voegwoord: en, maar, want, dus, of* 


Kenmerken ongelijkwaardig samengestelde onderschikkende zin: 
- hoofdzin en bijzin(nen)
- onderschikkend voegwoord: daarom, als, omdat, etc..



Opdracht:
A. Noteer de formule van de onderstaande zinnen.
1. Wanneer de inbraak is gepleegd, kan de politie niet vaststellen want 
de sporen zijn gewist door de hevige regenval.
2. Juist toen ze de weg kwijt waren, ontdekten Hansen Grietje een 
huisje van koek en snoepgoed.
3. In Frankrijk wordt veel lavendel verbouwd en dat wordt gebruikt in 
de parfumindustrie.
4. Het systeem lijkt misschien perfect maar zo ideaal als de situatie 
hier wordt voorgesteld, was die bepaald niet.
5. Wie de dader van de moord is, wordt nog niet bekendgemaakt 
omdat de familie van het slachtoffer nog niet is ingelicht.
6. Als je zingt, gebruik je zowel je mondholte als je stembanden 
daardoor produceer je extra speeksel.

B. Welke woordsoort heeft “of” in de onderstaande zinnen
Onderbouw je antwoord.
7. Of Nederland snel uit de crisis komt, wachten we maar af.
8. De molenaarsdochter vroeg aan Repelsteeltje of hij uit vlas 
misschien gouddraad kon spinnen.
9. Zullen we naar de Chinees gaan of nemen we een patatje?
10. De meeste voetbalkenners twijfelen eraan of Nederland ooit 
wereldkampioen kan worden.
11. Is bruinbrood gezonder of kun je net zo goed witbrood eten?





PROEFTOETS





T305 - Hoofdzinnen begrenzen en benoemen



Het redekundig ontleden
van de
enkelvoudige hoofdzin;

strepen zetten en zinsdelen benoemen.


Afbeeldingsresultaat voor beknopte bijzinnen



Kenmerken enkelvoudige zin: één onderwerp, één persoonsvorm



Afbeeldingsresultaat voor arrow iconpv
ow
wg/ng
lv
mv
bwb





Afbeeldingsresultaat voor arrow iconpv
ow
wg/ng
lv
mv
bwb








Afbeeldingsresultaat voor arrow iconpv
ow
wg/ng
lv
mv
bwb




EINDOPDRACHT




Afbeeldingsresultaat voor arrow iconpv
ow
wg/ng
lv
mv
bwb




zondag 8 november 2020

T303 - Interpunctie









Interpunctie
aanhalingsteken, dubbele punt, hoofdletter, komma, leesteken, puntkomma



frans zei tegen frans in het frans is frans in het frans frans nee zei frans tegen frans in het frans frans in het frans is niet frans frans in het frans is françois


Frans zei tegen Frans in het Frans: “Is Frans in het Frans Frans?” “Nee”, zei Frans tegen Frans in het Frans, “Frans in het Frans is niet Frans; Frans in het Frans is François!”

http://www.rijmgein.nl/taalhumor/struikelzinnen.html


Kommakwestie:






Wacht niet schieten!


Wacht, niet schieten!
Wacht niet, schieten!



Ik vroeg hem elke week 10 euro over te maken


Ik vroeg hem, elke week 10 euro over te maken.
Ik vroeg hem elke week, 10 euro over te maken.


Is hij aardig dik en blond?


Is hij aardig, dik en blond? 
Is hij aardig dik en blond?





De basis



Gevorderden



Aanhalingstekens
Aanhalingstekens zet je ergens omheen, bijvoorbeeld om een citaat, 
bij woorden die extra nadruk nodig hebben of een zelfbedacht woord.  





Als een hele zin geciteerd wordt, begint het citaat met een hoofdletter en valt de punt, het uitroepteken of het vraagteken binnen de aanhalingstekens.


Punten, uitroeptekens en vraagtekens
Jan zei: 'Ik wil geen thee.'
'
Heb je ook zo'n lieve knuffelbeer?', vraagt Jesse.
'Wat heb je weer "heerlijk" gekookt!', zegt Sophie lachend.
interpunctie, aanhalingstekens

Soms moet je na een citaat een komma zetten en soms mag je zelf weten of je het wel of niet doet. Alleen wanneer je een citaat hebt, waarvan de zin normaal gesproken zou eindigen op een punt, is het verplicht om een komma achter het citaat te zetten. Deze komma staat daar in plaats van de punt, die eigenlijk aan het einde van de zin van het citaat hoort.
Komma achter citaat
Gebruik aanhalingstekens, interpunctie
'Iedere maand doe ik wat geld in mijn spaarpot', zegt Esmee.
'Hier ben ik geboren'zegt Peter.
'Mijn lievelingseten is pizza', zegt papa.

Als een citaat eindigt op een vraagteken of uitroepteken, dan mag je zelf beslissen of je wel of geen komma achter het citaat zet.
Wel of geen komma achter citaat
'Wil je warme chocolademelk?', vroeg oma.
'Wil je warme chocolademelk?' vroeg oma.

'Ik mag logeren!', zei Lynn blij.
'Ik mag logeren!' zei Lynn blij.
komma achter citaat, interpunctie

Als je wilt bepalen of de komma binnen of buiten de aanhalingtekens valt, moet je goed kijken of de komma bij het citaat hoort. Als de komma bij het citaat hoort, dan schrijf je de komma binnen de aanhalingstekens. Als de komma niet bij het citaat hoort, dan moet je de komma buiten de aanhalingstekens zetten.
Komma binnen of buiten de aanhalingstekens
'Zeg Iris,' vroeg Gijs, 'denk jij dat het vandaag mooi weer wordt?'
(Het citaat is: 'Zeg Iris, denk jij dat het vandaag mooi weer wordt?')

'Ik denk', zei Lieke, 'dat mijn ouders wel thuis zijn.'
(Het citaat is: 'Ik denk dat mijn ouders wel thuis zijn.')

Bij gedachten zet je geen aanhalingstekens. Na de dubbele punt komt een kleine letter.
Geen aanhalingstekens bij gedachten
interpunctie, aanhalingstekens
Ik dacht: wat raar dat ik niet naar binnen mag.
Wat raar dat ik niet naar binnen mag, dacht ik.

Aanhalingstekens oefenen:
https://www.ieptoets-oefenen.nl/iep-groep-8/taal-taalverzorging/leestekens/aanhalingstekens/in-welke-zin-zijn-de-aanhalingstekens-goed-gebruikt-1



T302 - Schrijven a.d.h.v. Literatuur 1

Literaire motieven koppelen aan levensvragen
Afbeeldingsresultaat voor stappen
Stappenplan:
Stap 1: Verhalen lezen: Een bord met spaghetti, Dolly, De scheiding, Zondagskind
Stap 2: Nadenken en bespreken onderwerp/motief
Stap 3: Kiezen voor een filosofische vraag

Lieve Stine, weet jij het?



Stap 5: Brainstorm:
           a. Vertel jouw ervaringen met de filosofische (hoofd-)vraag. 
           b. Vertel jouw ervaringen met het onderwerp/motief.

Stap 6: Artikel schrijven in stappen:
           a. (inleiding)    
            - leid jouw verhaal in; vertel bijvoorbeeld een anekdote, verwijs naar een
actualiteit, ..
            - noem je filosofische (hoofd-)vraag
            - koppel jouw onderwerp/motief aan de filosofische (hoofd-)vraag; wat heeft het onderwerp met jouw filosofische vraag te maken?
            - geef feiteninformatie (beter goed gejat dan slecht bedacht ;) )
          
           b. (middenstuk) Bedenk daarbij drie deelonderwerpen:
           - Deelonderwerp 1 (feiteninformatie met bronvermelding over het onderwerp
+ de filosofische vraag én je eigen ervaring/mening)
           - Deelonderwerp 2 (feiteninformatie met bronvermelding over het onderwerp
+ de filosofische vraag én je eigen ervaring/mening)
           - Deelonderwerp 3 (feiteninformatie met bronvermelding over het onderwerp
+ de filosofische vraag én je eigen ervaring/mening)
                                                  
           c. (slot) Geef een conclusie met een antwoord op de hoofdvraag.
 

Stap 7: Maak een sprankelende titel en 3 kopjes bij je deelonderwerpen.


verhaal
onderwerp/motief
  filosofische vraag
Lieve Stine
Een bord met spaghetti
Vooroordelen
Wat is goed en wat is slecht? 
hoofdstuk 5


Is mijn nationaliteit belangrijk? 
hoofdstuk 9


Wat zegt mijn uiterlijk over wie ik ben?
hoofdstuk 12


Wat zeggen mijn spullen over mij?
hoofdstuk 18
Dolly
Vriendschap
Waarom lieg ik? 
hoofdstuk 3


Wie zijn mijn echte vrienden? 
hoofdstuk 14


Wanneer ben ik mijzelf?
hoofdstuk 19
De scheiding
&
Zondagskind
Verdriet
Wie is de baas over mijn leven? 
hoofdstuk 7



Waarom ben ik bang voor de dood? 
hoofdstuk 13


Mag ik wraak nemen?
hoofdstuk 17


Hoe word ik gelukkig?
hoofdstuk 20






oorzaakgevolg.PNG